Puzi Wuzi

Zomer 2008 ontmoette ik Puzi Wuzi, in de loodsen op het terrein van de boerderij waar ik woon. Een uitgemergelde kat die schreeuwde om aandacht, liefde en eten. Wat had hij geleden. Verlaten en alleen struinde hij al drie jaar rond de boerderij. Een eigenzinnige zwerver. Ik wist mij geen raad met een kat, had geen ervaring met katten en wist helemaal niet wat ik moest doen. De dag erna zette ik een schaaltje melk neer bij de achterdeur en hoopte dat het hem goed zou doen. Dit deed ik drie morgens en elke morgen was het schaaltje leeg. Tot die zondag. Ik had de boerderijdeur opengezet, de zon scheen, en ik stond in de keuken en deed de afwas. Plots hoorde ik een miauw achter mij en zag dat de kat op de keukentafel sprong. Hij ging languit liggen en begon zich te wassen. Ik was totaal verbijsterd.

Puzi Wuzi is nooit meer weggegaan. Hij koos mij uit om bij te zijn. Hij had een sterke eigen stem. Liet zichzelf zien in mijn gezelschap en in ieder gezelschap dat de boerderij bezocht. We keken samen uit het boerderijraam en filosofeerden over het leven. Hij was erg goed in eindeloze gesprekken. En ik vond het prachtig en converseerde eindeloos met hem. Een ware abessijn. ‘S avonds aten we samen en keken tv, hij kwam dan bij mij liggen, op mijn borstkas en legde zijn rechter pootje op mijn hart. Dat deed hij elke avond. Hij wist intuïtief waar mijn tekort zat. Daarin vonden wij elkaar.

Hij kon soms minutenlang voor mij zitten en mij in mijn ogen kijken. Ongebruikelijk voor een kat maar hij deed het. Alsof hij zei: ‘zie mij.’ En ik zag hem zeker, zoals hij mij zag in mijn eigenaardigheden. Zo’n stilzwijgende overeenkomst van vanzelfsprekendheden.

Wat hebben wij het fantastisch gehad samen. In de zon op het ligbed, ik las boeken, hij las de lucht. De kippen van de buurvrouw kwamen elke dag op bezoek, maar hij gaf geen kick. Alles mocht er zijn en hij hoefde het niet achterna te jagen. Zo’n oase van saamhorigheid, waarin elk wezen er mocht zijn. Hoe fantastisch is dat. Zelfs op momenten dat hij muisjes thuisbracht en die trots op de drempel van de voordeur neerlegde, en ook grotere dieren zoals hazen en meerkoeten. Hij beet nooit door, maar wilde mij gewoon een cadeau brengen.

Hij was veel meer voor mij dan een kat. Hij was mijn maatje, een zielsverwant. Hoewel ik een aards mens ben, geloof ik dat nog steeds.

Ik geloof dat wat voor je bestemd is, op een authentieke wijze tot je komt. En vanuit een vrije keuze.

En zo kwam Puzi tot mij. Een geschenk van ongelooflijke waarde.

Ik mis hem nog elke dag. En zelfs nu, als ik dit schrijf, staan de tranen weer in mijn ogen. Wat een cadeau was hij voor mij!